Wolven leven in roedels (groepen). Het aantal wolven in een roedel is afhankelijk van een aantal factoren. Voornamelijk de populatiedichtheid en het voedselaanbod spelen hier een rol. De zuidelijke kleinere wolven leven voornamelijk in kleinere roedels, die soms zelfs uit niet meer dan een koppel bestaan met soms nog een paar jonge dieren. De noordelijk levende wolven, afhankelijk van de grotere prooien, leven in grotere roedels. Er zijn uitzonderingen van roedels tot 20 dieren waargenomen.
Er is altijd een alpha mannetje (reu) en een alpha vrouwtje (teef). Vaak is de reu de leider, maar soms ook de teef. De ranglaagste (vaak de ‘underdog’ genoemd) eet als laatste en wordt vaak afgesnauwd. Op de underdog wordt vaak de frustratie afgereageerd. Rangnummer drie krijgt bij voorbeeld op zijn donder van de baas, durft niets terug te doen en reageert zich af op de underdog. Hierdoor heeft deze vaak geen plezierig leven.
Ook bij honden zie je dit terug: de zwakste is altijd de pineut. In de winter, tijdens de paartijd zijn er wel wat ruzies omdat de teefjes die loops worden, alleen door de alpha reu mogen worden gedekt. Honden worden meestal 2x per jaar loops maar wolven slechts 1x per jaar. Als de teefjes loops zijn, zijn ze vruchtbaar. Om te voorkomen dat andere reuen dekken moet de alpha reu wel eens hard optreden.
De alpha teef mag als enige jongen krijgen. De ranglaagste teefjes onderdrukken de loopsheid vaak, maar teefje nr. 2 wordt vaak wel loops en meestal ook gedekt. De alpha teef wordt eerst loops en de geur die dit met zich meebrengt activeert vaak vlak erna de loopsheid van teef nr. 2 of 3. Als de
jongen van de alpha teef worden geboren, komen de andere nesten enkele dagen later. De alpha teef doodt meestal de jongen van deze andere teefjes. Zo wordt inteelt voorkomen. Tenzij haar eigen jongen dood worden geboren, of als er maar een pup is. Dan doodt zij de andere jongen niet, maar steelt de jongen, zodat het voortbestaan van de roedel niet in gevaar komt.
Over het algemeen duurt de loopsheid drie weken. Na een draagtijd van ± 63 dagen worden de welpen geboren. De grootte van een nest varieert van 2 tot 10 welpen, maar zit meestal rond de 5 á 6. Maar in de natuur overleeft ruim 50% van de welpen het eerste jaar niet, afhankelijk van voedselaanbod en weersomstandigheden.
De ruzies rond loopsheden stellen meestal niet zo veel voor. De dominante houding en dreiging van de ‘baas’ is meestal wel genoeg en de andere mannetjes lopen (kruipen zelfs) met de staart tussen de poten weg.
Tijdens de jacht weet ieder roedellid zijn plaats. De een rent beter en de ander is beter in besluipen. Het doden van de prooi wordt meestal door een ervaren sterke reu gedaan, terwijl de rest de prooi in de flanken en van achteren grijpt en probeert te vloeren.
Tijdens het eten is meestal wel wat dominante dreiging te zien maar echt vechten is er niet bijl Door onderdanig te bedelen en dominant de tanden te laten zien wordt alleen de plaats in de roedel nogmaals bevestigd en dit hoort er gewoon bij. Er wordt ook veel meer onderdanig (submissief) gedrag vertoond dan dominante agressie. Door altijd onderdanig, laag en met de staart